Overvloed Ondanks Tegenspoed: Angèle Manteau, haar uitgeverij en de Tweede Wereldoorlog

Behalve haar onafhankelijke karakter, haar eigenzinnigheid, en haar actieve ondernemerschap, heeft Angèle Manteau’s prioriteit van “literaire kwaliteit” (Seghers 87) boven signatuur ervoor gezorgd dat haar uitgeverij kon uitgroeien tot een van de succesvolste van België. Wat vooral opvalt, is dat de uitgeverij bijzonder productief was tijdens de bezetting door de Nazi’s, aangezien oorlog geassocieerd wordt met het stilvallen van systemen en organisaties, waaronder het culturele leven. Hoe is het Manteau gelukt om tijdens de oorlog zoveel auteurs uit te geven en aan de middelen te komen om hoge oplages te publiceren?

Angèle Manteau

Angèle Manteau

 

Dit essay zal vanuit een historisch perspectief aandacht besteden aan de persoon Angèle Manteau en aan haar uitgeverij. Vervolgens gaat het in op de oorlogssituatie in België, om tenslotte te laten zien hoe uitgeverij Manteau zich manifesteerde onder het regime van de nazi’s en de verschillen in naziregime met Nederland.

Angèle Georgette Ghislaine Manteau werd geboren op 24 januari 1911 in Dinant. Haar vader, Georges Jean-Baptiste Manteau was afkomstig uit Rijsel (Lille) en was textielontwerper van beroep. In het Belgische Templeuve ontmoette hij Angèle Bourgeois, de dochter van de plaatselijke kastelein, met wie hij trouwde nadat ze zwanger van hem bleek te zijn. Hun dochter Marie werd geboren op 3 mei 1905. Het huwelijk kenmerkte zich door ruzies, waarin Angèle, noodgedwongen, de kant van haar vader koos. Zij kon het beter vinden met haar grootmoeder, Eudoxie Manteau. Net als Angèle later, was Eudoxie zelfstandig, ondernemend en daadkrachtig.

Op 3 augustus 1914 viel het Duitse leger België binnen en enkele dagen daarna voltrok zich, zoals Greta Seghers het noemt in haar biografie van Manteau, ‘de tragedie van 23 augustus 1914’. Het Duitse leger legde de stad Dinant in puin, fusilleerde willekeurig tientallen burgers, sloot de overlevende vrouwen en kinderen op en voerde de mannen af naar Kassel. Voor Angèle en haar familie was het een traumatiserende gebeurtenis, en ook daarna hadden ze het zwaar; de Duitse soldaten hadden hun huis geplunderd en vader Georges keerde pas na enkele maanden terug uit Kassel. Voor de familie kenmerkten de oorlogsjaren zich door schaarste. Over de nawerking van die tijd zei Manteau: “Zelf heb ik aan die jaren een schaafd onderdrukte weerzin overgehouden voor al wat Duits is” (Seghers 31).

Angèle was een leergierig kind dat graag las en dat na de lagere en middelbare school nog niet uitgestudeerd was. Als een van de eerste meisjes en Dinantezen maakte ze gebruik van het Koninklijk besluit dat toestond dat ook meisjes hoger middelbaar onderwijs konden volgen aan rijksmiddelbare jongensscholen (33). Ze ging tot haar zeventiende naar het Koninklijk Atheneum , waar ze haar toekomstige echtgenoot, François Closset, ontmoette, die daar Duits onderwees.

Hoewel Angèle veel van taal en literatuur hield, voelde ze niets voor het onderwijs. Toen ze ging studeren aan de Université Libre de Bruxelles, koos ze voor de studie chemie, omdat die, volgens Angèle, “een uitweg [bood] naar de zakenwereld en de wereld van de industrie” (37). Via een vriendin vond ze werk en onderdak bij de Nederlandse familie Greshoff, die op zoek waren naar een Frans sprekend meisje voor de twee kinderen. Via de literair geëngageerde en autoritaire Greshoff leerde Angèle veel Nederlandse schrijvers en uitgevers kennen, ontdekte Nederlandse literatuur en leerde die waarderen (46).

Door ziekte en de economische crisis kon Angèle niet beginnen aan een tweede jaar scheikunde, en na haar herstel schreef ze zich in voor kunstgeschiedenis aan het Institut supérieur d’histoire de l’art et d’archéologie. Ze moest die studie en haar onderhoud zelf bekostigen, en om dat te doen ging ze kantoorwerk verrichten voor de Nederlandse uitgever Alexander Stols. Met diens uitgeverij ging het echter bergafwaarts en in 1932 moest hij Brussel verlaten. Angèle stelde voor om zijn belangen te blijven behartigen en nam het huurcontract en de boekenvoorraad van hem over. Algemeene Importboekhandel  A. Manteau was daarmee een feit.

In tegenstelling tot haar voorganger ging Angèle veel op pad om boeken te verkopen en speelde ze handig in op de stijgende vraag naar betaalbare Nederlandse boeken (als gevolg van de vervlaamsing van het onderwijs). De boekhandel floreerde en in 1938 werd deze de uitgeverij zoals we die nu kennen. In de tussentijd nam François Closset weer contact met haar op. Het tweetal trouwde in 1936 en het huwelijk, dat kinderloos bleef, duurde voort tot Clossets dood in 1964.

Op 1 april 1938 werd Uitgeverij Manteau ingeschreven bij het handelsregister te Brussel. De uitgeverij houdt zich tegenwoordig voornamelijk bezig met vertaalde en Nederlandse fictie waarbij kwaliteit voorop staat. Eind vorige eeuw werd de thriller ook een belangrijk onderdeel van het fonds van de uitgeverij, waarnaast het jeugdfonds ook een grote rol bleef spelen.

Manteau valt tegenwoordig onder WPG Uitgevers (Weekbladpers Groep). Op de website van deze overkoepelende uitgeverij wordt WPG beschreven als “een onafhankelijke groep van multimediale bedrijven in Nederland en België, gericht op het rendabel uitgeven en exploiteren van relevante, kwalitatief hoogstaande producten en diensten die schoonheid en inzicht verschaffen.”.

De tweede wereldoorlog in België speelde een belangrijke rol in de ontwikkeling en het succes van uitgeverij Manteau. In 1939 stonden rond de 600.000 Belgische soldaten klaar om naar het front te vertrekken. In mei 1940 werden Nederland, Luxemburg, Frankrijk  en ook België ingevallen door de Duitse troepen. De Tweede Wereldoorlog eindigde voor het grootste deel van België in september 1944, maar een aantal plaatsen waren pas helemaal bevrijd in november van dat jaar. De Tweede Wereldoorlog heeft in België tussen de 85.000 en de 100.000 slachtoffers geëist.

Enkele weken voordat de Duitsers België binnen vielen, stierf Leo J. Kryn. Hij had jarenlang aan het hoofd gestaan van uitgeverij Onze Tijd. Angèle Manteau was een van de aandeelhouders geweest en kreeg op 15 april 1940 bericht dat zij de nieuwe directrice van het fonds was. De nieuwe volledige naam luidde: Onze Tijd Uitgeversmaatschappij A. Manteau. Nog geen maand later vielen de Duitsers binnen en vluchtten Manteau en haar man naar Frankrijk, om vervolgens eind augustus terug te keren (89). Eenmaal terug in Brussel werd Manteau door haar man gepusht en gesteund in het weer oppakken van de uitgeversdraad. Uiteindelijk besloot Manteau dan ook om weerstand te bieden aan de oorlog en het Nazi regime (92).

Na de inval werd er in Nederland een veel strenger regime gevoerd dan in Vlaanderen. Er kwam een Propaganda Minesterium op het gebied van Cultuur. Het moest ervoor zorgen dat het Nederlandse volk zich tot de ‘nieuwe orde’ zou bekeren. Kunstenaars moesten zich allemaal aansluiten bij de Kultuurkamer, maar dit werd massaal geweigerd (94). Schrijvers werden monddood gemaakt en probeerden dit op allerlei manieren te omzeilen. Een voorbeeld hiervan is Pierre Dubois die werk vond in de journalistiek in Brussel (95). In Vlaanderen hielden de Nazi’s de touwtjes veel minder strak. Als een uitgever de juiste omwegen kende, kon hij gewoon doorgaan met uitgeven (96). Er was een lijst met verboden boeken, maar de controle liet te wensen over. Daarnaast werd een importstelle in het leven geroepen, om de boekenstroom uit het buitenland tegen te gaan en zo de Vlaamse en Duitse literatuur meer ‘lebensraum’ te geven. Deze importstelle controleerde facturen in plaats van de pakketten. Door de inhoud van de pakketten niet overeen te laten komen met de factuur, konden er toch boeken geïmporteerd worden (97).

Waar De Vlaamse vereniging voor letterkundigen tijdens de Eerste Wereldoorlog nog actief was in het verzet, kozen zij nu een neutrale positie en lieten uiteindelijk zelfs controle van de bezetter toe. Dit deden zij waarschijnlijk om vervolging te voorkomen. Sommige mensen betichtten de VVL van collaboratie, maar dit lijkt onjuist. Het zou zelfs kunnen dat het milde regime van de Nazi’s op literair gebied aan de VVL te danken is, omdat zij een dergelijk slappe houding had ten opzichte van de Nazi’s (98).

De Vlaamse uitgeverij werd zo steeds groter terwijl de Nederlandse uitgeverij steeds minder ging betekenen. Veel Nederlandse schrijvers vluchtten naar Vlaanderen en lieten daar hun boeken uitgeven. Er ontstond een grote vraag naar boeken, omdat mensen escapistische gedachten hadden. Schrijvers moesten vaak onderduiken en kenden een eenzaam bestaan. Dit zorgde voor grote productiviteit; het enige wat zij konden doen was schrijven. Zo kon het dat uitgeverij Manteau in 1942 dertig, en één jaar later zelfs zesendertig,  nieuwe titels uitgaf. Er kwam geen einde aan de nieuwe manuscripten, in tegenstelling tot de voorraad papier. Om papier te krijgen moest een uitgever langs de Propaganda-Abteilung, waar bepaald werd hoeveel papier er beschikbaar was voor een boek (105). Angele Manteau was erg listig en om toch aan haar doelstelling te kunnen werken verwierf ze symbolisch kapitaal in de vorm van papier. Voor Duitse vertalingen kreeg je als uitgever in die tijd zoveel papier als je wilde, maar er vond geen controle plaats op de oplage. Manteau drukte vertalingen in kleine oplage zodat ze papier over had voor de, in haar ogen, goede literatuur (105).

Naast de papierschaarste waren er nog andere problemen, waaronder  het uitvallen van stroom, het tekort aan linnen voor de banden en versleten matrijzen. Dit werd opgelost door de minst versleten matrijzen te gebruiken. Zo kon het dat in die tijd de uitgeverijen en schrijvers hun beste tijd kenden, maar dat de boeken alles behalve mooi waren(106). Een illustratie van hoe goed uitgeverij Manteau in de oorlog draaide is de uitspraak van Manteau zelf over de vluchtelingen die zij bij haar thuis liet slapen : “Spannend was het ontegenzeggelijk, maar van het gevaar was ik me toch niet echt bewust: ik had gewoon geen tijd om me zorgen te maken” (114).

Manteau kreeg naar eigen zeggen haar meest prestigieuze Manteau-project, de uitgave van het Verzameld werk van Karel van de Woestijne, door de bezetter in de schoot geworpen. In Vlaanderen waren aan het begin van de oorlog twee uitgeverijen opgericht, waar boeken werden gepubliceerd met een nationaalsocialistische inslag, een Franstalige en een Nederlandstalige (De Lage Landen). Aan het hoofd van de Propagandastaffel  stond Hans Teske. Hij was een echte intelectueel, die het erg belangrijk vond dat dit verzameld werk zou worden uitgegeven. De slag om Stalingrad had net plaats gevonden en waarschijnlijk vreesde Teske dat, wanneer Duitsland de oorlog zou verliezen, De Lage Landen zou worden opgedoekt en het verzameld werk van Van de Woestijne niet zou worden uitgegeven. Zo kwam het dat Manteau dit project in handen kreeg (109).

Manteau zegt zelf dat niet de oorlog, maar Boekengids haar de meeste schade heeft toegebracht. Dit was een belangrijk bibliografisch tijdschrift waar boekhandelaren, bibliothecarissen en lezers in lazen welke boeken ze wel en niet moesten lezen. Boekengids had een katholieke signatuur en de meeste boeken die werden uitgegeven bij uitgeverij Manteau kenden een andere inslag. Het overgrote deel van de Vlaamse bevolking was Katholiek en dus hechtten veel mensen waarde aan de mening van de recensenten van Boekengids. Volgens de recensenten zou Manteau moeten branden in de hel omdat zij de bron was van verspreiding van verschillende verderfelijke ideeën (123).

Concluderend kan dus gezegd worden dat, in tegenstelling tot wat wij dachten, de Oorlog in Vlaanderen een impuls heeft gegeven aan het literaire Vlaanderen. Het daadkrachtige karakter en de intelligentie van Angèle Manteau, de escapistische gevoelens van de bevolking, het isolement van de schrijvers en het zwakke regime van de Nazi’s maken dat het literaire leven niet stilviel en dat uitgeverij Manteau daar optimaal van heeft geprofiteerd.

 

Bibliografie

Seghers, Greta. Het Eigenzinnige Leven Van Angèle Manteau. Amsterdam: Prometheus, 1992. Print.

Serrien, Pieter. “Achtergrond: België Tijdens De Tweede Wereldoorlog.” Pieter Serrien. N.p., 22 Mar. 2011. Web. 20 June 2016.

WPG Uitgevers. Web. 20 June 2016.

 

Door Madelon Brand, Josefien van Kampen en Pim Waakop Reijers