Geschreven door Madelon Brand, Josefien van Kampen en Pim Waakop Reijers.

Er worden ontzettend veel boeken gedrukt, maar al die boeken vormen slechts een deel van alle gepubliceerde teksten. Literaire tijdschriften bestaan al tientallen jaren en met het internet zijn daar nog eens tientallen websites en fora bijgekomen, maar we zien om ons heen dat de gemiddelde boekenwurm weinig of niets afweet van het bestaan van deze tijdschriften en platformen. Wat zet mensen er dan toe om korte verhalen of gedichten te publiceren in deze obscure bladen of op deze websites?

 

Wie in Google op ‘korte verhalen’ zoekt (of ‘gedichten’), kan zijn hart ophalen. De vele resultaten verwijzen naar de hierboven genoemde fora, de websites van gedrukte en/of digitale tijdschriften en pagina’s die schrijvers op weg kunnen helpen bij het schrijven en het vinden van een passend tijdschrift of forum voor hun tekst. Al deze tijdschriften en websites lopen uiteen als het gaat om karakter, soorten teksten, contact met andere schrijvers, beoogd publiek en eventuele vergoedingen. De digitale platformen zijn over het algemeen opener en minder veeleisend dan de tijdschriften. Zo is de site 1001korteverhalen.nl, en het verwante 1001gedichten.nl, vrij laag-bij-de-gronds als het gaat om kwaliteit, want iedereen kan zijn of haar verhaal op de site zetten. Hoewel er een verdeling in genres is, lijkt er geen voorkeur te bestaan bij de sitebeheerders. In het forum kunnen leden vragen stellen, om feedback vragen, suggesties doen, zichzelf voorstellen, etc. Lijnrecht hiertegenover staan magazines zoals The New Yorker en Zootrope: All Story. De vraag naar talentvolle schrijvers en innovatieve teksten is hier hoger en de eisen hangen vaak samen met de signatuur van het blad. Bepaalde genres worden bijvoorbeeld geweerd omdat ze geassocieerd worden met low-browcultuur. Veel bladen stellen een vergoeding tegenover gepubliceerde teksten, maar de bedragen lopen uiteen van twintig tot wel 3000 dollar (of euro’s).

Maar wat is nu de reden dat auteurs hun werk graag gepubliceerd zien op deze websites of in deze bladen: het geld of zit er toch iets anders achter?

Schrijven Online is een website, waar men op allerlei manieren hulp kan vinden bij het schrijven. Ze hebben ook een bijbehorend magazine genaamd Schrijven Magazine. Ook in het magazine vindt men tips en artikelen over het schrijven. Het gaat bij Schrijven Online niet alleen om het goed leren schrijven, maar net zo belangrijk is het publiceren en hetgeen wat daar bij komt kijken. Auteurs kunnen op de website een overzicht vinden van schrijfwedstrijden waar ze aan mee kunnen doen, maar ook staan op deze website activiteiten en cursussen die te volgen zijn op het gebied van schrijven. De site kent zelfs de mogelijkheid om een stuk te laten proeflezen door een andere schrijver. Dit is een manier om feedback te ontvangen op hun stukken.

Schrijven Online kent ook een forum, op dit forum gaan auteurs met elkaar in gesprek over het schrijverschap en alle haken en ogen die daaraan zitten. In februari 2011 was er een topic op dit forum omtrent de motivatie van publicatie’s in tijdschriften of op sites. De vraag die hier gesteld werd luid als volgt:

“Voor zij die regelmatig kortverhalen [sic.] publiceren (of dat zouden willen) in tijdschriften, bundels of op internet: laat je je verhalen alleen publiceren als je daarvoor betaald krijgt, of sta je ze ook gratis af? En waarom (niet)? En zoja, wil je alleen in geld betaald worden, of zie je gratis auteursexemplaren ook als betaling? Heb je op dat vlak een evolutie doorgemaakt, bijvoorbeeld dat je vroeger je verhalen gratis op internet zette en nu alleen nog voor betaalde publicaties gaat?”

Op deze vraag kwamen reacties waaruit op te maken viel dat er uiteenlopende motieven zijn voor auteurs om hun stukken op of in dergelijke websites en tijdschriften te publiceren. De auteur die de vraag stelt, geeft aan dat stukken helemaal voor niets publiceren haar te ver gaat. Ze begrijpt dat dergelijke websites en tijdschriften niet in de positie zijn om altijd geld te betalen voor een publicatie, maar ze vindt betaling in de vorm van een exemplaar wel op zijn plaats.

Er is geen unaniemiteit onder de antwoorden. Opvallend was wel, dat er twee beroepsschrijvers reageerden (een journaliste en een schrijfster), zij waren de enige die antwoordden in principe altijd met geld betaald te willen worden voor een publicatie. De andere auteurs gaven verschillende antwoorden, maar met de gemeenschappelijke deler niet (per se) een beloning in de vorm van geld te willen. Sommigen gaven aan dat de publicatie op zich al een beloning is, omdat zij bekendheid willen krijgen. Een andere auteur geeft aan dat het niet gaat om de vorm van de beloning, maar om de symbolische waarde ervan. Voor deze auteur is het belangrijker om waardering en erkenning te krijgen voor zijn stukken. Wanneer een publicator iets over heeft voor zijn stuk, is dit een blijk van de erkenning en waardering die hij zoekt. Voor hem is de betaling zelf onbelangrijk. Tenslotte zijn er ook enkele schrijvers die aan te geven niets dan feedback te willen voor hun publicaties, zodat ze steeds beter kunnen worden in het schrijven zelf.

De mogelijkheden om een stuk te publiceren, in deze tijd, zijn eindeloos, zij het betaald, zij het onbetaald. De komst van het internet heeft vele nieuwe mogelijkheden geboden die het makkelijker maken om voor velen het opstappunt te zijn naar het betaald schrijven. Wat opvalt onder de auteurs op dergelijke websites is het verschil in mening over het betaald krijgen voor het publiceren. Wat vrij snel naar voren kwam is dat beroepsauteurs er niet eens bij stil staan dat de mogelijkheid bestaat tot gratis publiceren. Zij gaan er automatisch vanuit dat er altijd wordt betaald voor een publicatie. Mensen die als hobby schrijven en publiceren zullen sneller akkoord gaan met een onbetaalde publicatie of een weinig betaalde publicatie omdat zij er ook rekening mee zullen houden dat ze, door deze publicaties, eventueel later bekend zullen worden en wel zullen worden betaald voor het publiceren.