Geschreven door Najoua Achefai en Lise van der Veer.

In 1915 richtte Emanuel Querido zijn eigen uitgeverij op. Nu, ruim 100 jaar later, bestaat deze uitgeverij nog steeds onder Singel Uitgeverijen. Dit is bijzonder, aangezien de uitgeverij in een lastige tijd werd opgericht. Zo had Emanuel Querido te maken met de recessie in het interbellum, maar ook moest hij concurreren met bijvoorbeeld radio en tv, waarvan de populariteit opkwam in de twintigste eeuw. Toch had Emanuel Querido slimme trucs, waarmee hij goed op zijn eigen tijd inspeelde. Hoe werd Querido de succesvolle uitgeverij die hij nog is?

In 1871 werd de zoon van Aron Querido en Ester Lopes Dias geboren in Amsterdam. Zijn naam was Emanuel Querido. Zoals uit de namen blijkt, was het een Joods-Portugees gezin. Aron Querido was een diamantslijper met een voorliefde voor boeken, natuur en muziek en de belangstelling voor deze zaken uitte zich ook in de rest van het gezin. Zo speelde Israël, de broer van Emanuel, bijvoorbeeld viool en later groeide hij uit tot een succesvolle schrijver. Emanuel Querido had ook ambitie om te schrijven, maar hij was helaas minder succesvol dan zijn broer op dat gebied. Wel publiceerde hij op jonge leeftijd in De Jonge Gids en heeft hij zijn eigen boekenreeks geschreven, De Santeljano’s, wat gebaseerd is op zijn eigen leven.

Nadat Emanuel Querido besluit om niet, zoals zijn vader, als diamantslijper te gaan werken, gaat hij het boekenvak in. Hij zoekt hulp bij A.C. Wertheim op financieel gebied en zo komt hij aan werk bij een boekhandel, namelijk J.A. Sleewijk. In 1911 bedenkt Emanuel een nieuw concept: de verzendboekhandel. In de twintigste eeuw was dit echter nog geen succesvol concept; de lezer wilde namelijk eerst het fysieke boek zien in de winkel. Door een advertentie in de krant vonden zij het lastiger om te weten of ze het boek daadwerkelijk wilden hebben en daarom moest Emanuel al gauw zijn bedrijfje in Bloemendaal opdoeken.

In 1914 kwam er bij de Bijenkorf een boekenafdeling, waar Emanuel Querido het hoofd van de boekverkoop werd. Dit was echter niets voor Emanuel, want hij had erg veel problemen met de manier waarop de boeken verkocht werden. Querido struikelde over het feit dat een boek op dezelfde manier werd verkocht als een stuk zeep en daarom stopte hij al gauw met dit werk. Vrijwel direct daarna werd hij directeur bij de uitgeverij Van Holkema en Brusse, op aanraden van Willy Brusse. Al snel begon hij op de tweede verdieping van Keizersgracht 333 te Amsterdam, in hetzelfde pand als Van Holkema en Brusse, zijn eigen uitgeverij: Emanuel Querido’s Uitgeversmaatschappij. Op de eerste verdieping kreeg hij zijn eigen kamer en dit was het begin van de succesvolle uitgeverij.

Querido gaf eigenlijk van alles uit. De belangrijkste vereiste om iets uit te geven, was dat Querido het goed moest vinden. Hij lette daarbij op sociale bewogenheid en aandacht voor het ‘moderne’. De werken die echter het meest voor zijn uitgeverij tekenden, waren progressief linkse werken. In het boek Emanuel Querido van Willem van Toorn schrijft Van Toorn het volgende:

“Wat voor uigever zou Emanuel worden? In elk geval een uitgesproken progressieve, socialistisch georiënteerde, […], een uitgever die boeken wilde maken die konden bijdragen aan de maatschappelijke ontwikkeling, boeken ook waarvan een vormende invloed kon uitgaan op de minder bevoorrechte werkende stand, en op jonge mensen. Natuurlijk zou de moderne literatuur die hij zo hoog aansloeg een plaats moeten krijgen. En van het begin af aan zou er bijzondere aandacht besteed worden aan de vormgeving van boeken […]”

Toch is aan het fonds te zien dat Querido graag een groot publiek wilde bereiken, want hij gaf ontzettend veel verschillende dingen uit.

Zo gaf Querido veel series en reeksen uit. Hij geloofde dat wanneer iemand een boek uit een serie of reeks goed vond, diegene meer delen zou kopen en dat dit dus een succesvolle verkooptruc zou zijn. Dit bleek toch tegen te vallen. Hij had bijvoorbeeld de reeks ‘Querido’s Daalders bibliotheek voor Jongens en Meisjes. Dit zou een serie kinderboeken worden, maar deze serie stopte al na het derde deel. Ook de reeks ‘voor strand en bosch en in den trein, reis- en ontspanningsboeken’ was geen succes. Toch had hij ook succesvolle reeksen. Zo had hij bijvoorbeeld de reeks ‘de populaire editie’, wat als slimme verkooptruc werkte omdat hij een boek van tevoren al populair noemde. Ook de reeks ‘boeken voor deze tijd’ werkte goed, maar dit had eerder met de tijdsgeest te maken. Deze reeks kwam uit ten tijde van de eerste economische crisis in het interbellum, een tijd waarin men minder uitgaf aan literatuur. Querido ging daarom ‘nuttige boeken in een mooie uitgave die op ieders plank thuishoorden’ uitgeven, wat non-fictie was. De bekendste reeks van Querido is ‘De Salamander’, wat tevens de eerste pocketserie van Nederland was. Dit was een reeks van de beste oorspronkelijke en vertaalde romans. Het eerste boek uit deze reeks kwam uit in 1934, wat eerder was dan het eerste boek uit de ‘Penguins’-serie van Allen Lanes. In de reeks ‘De Salamander’ zijn er 760 verschillende pockets verschenen.

Naast het feit dat Querido opviel door zijn gebruik van reeksen, maakte hij bij zijn uitgeverij ook bijzondere uitgaven. Emanuel Querido hechtte veel waarde aan de vormgeving van de boeken die hij uitgaf. Deze waren zo mooi, dat sommige schrijvers speciaal daarom hun boek bij Querido lieten uitgeven. Zo verliet de bekende schrijver Louis Couperus eenmalig zijn uitgever L.J. Veen om het boek Lucrezia bij Querido te laten uitgeven. Querido besteedde dan ook veel aandacht aan de vormgeving van dit boek en Lucrezia verscheen in de literaire luxe reeks. Daarnaast gaf Querido ook nog andere bekende schrijvers uit, waaronder zijn eigen broer Is. Querido en Carry van Bruggen. Naast literaire hoogstandjes gaf Querido ook politiek getinte werken uit, zoals bijvoorbeeld het werk van Pieter Jelles Troelstra, lid van de SDAP. Maar, zoals al bleek uit de bovengenoemde reeks ‘voor strand en bosch en in den trein, reis- en ontspanningsboeken’, Querido gaf ook laagdrempeligere literatuur uit. Zo kon hij een breed publiek bereiken.

Een derde manier waarop Querido klanten probeerde te werven en waaruit blijkt dat hij een echte zakenman was, was het uitgeven van een tijdschrift. Dit tijdschrift, ‘De Tijdingzaal’, kwam uit om boekhandelaren en lezers te informeren over de boeken die Querido wilde uitgeven. Dit was uiteraard een slimme zet, want op deze manier verkocht hij al boeken voor hij ze had uitgegeven. Dit is trouwens typerend voor de tijd, aangezien vanaf 1920 reclameactiviteiten steeds belangrijker werden door de concurrentie van radio en tv. Querido was overigens wel uniek hierin; andere uitgeverijen hadden geen dergelijke tijdschriften. Ook hiermee zette Em. Querido’s Uitgeversmaatschappij zichzelf dus op de kaart.

Hetgeen waar Querido het meest in geloofde, namelijk het succes van reeksen en het belang van de vormgeving, maakte Querido tot een unieke uitgeverij en droeg zo ook bij aan het succes van de uitgeverij. Zo viel hij niet alleen op bij lezers met het bijzondere uiterlijk van de boeken die hij uitgaf, maar ook bij belangrijke schrijvers. Door deze succesvolle schrijvers weer uit te geven, vergrootte Querido zijn bekendheid weer. Daarnaast wist hij goed in te spelen op de tijd waar hij in leefde, waar de non-fictie reeks en het promotietijdschrift mooie voorbeelden van zijn. Door zowel goedkope als dure edities uit te geven en zowel populaire literatuur als wat exclusievere literatuur uit te geven, bereikte de uitgeverij een groot publiek en kon de uitgeverij aan alle bevolkingslagen verkopen. Al deze dingen maakten Emanuel Querido tot een verstandig zakenman en een succesvolle uitgever, waardoor hij nog succesvoller werd dan zijn broer, die hem als schrijver altijd overschaduwde.