Geschreven door Najoua Achefai en Lise van der Veer.

Toen in 1933 G.H. Borchhardt, een schrijver waarvan de werken door de uitgeverij van Querido werden vertaald en uitgegeven, naar Laren kwam, werd Emanuel Querido voor het eerst geconfronteerd met de nieuwe Duitse werkelijkheid. Hoewel Borchhardt het destijds niet toegaf, was hij een vluchteling. Hij zag de oorlog al aankomen en wist dat hij in Duitsland niet zou overleven en daarom vertrok hij naar Nederland. Met hem waren vele andere Duitse schrijvers en kunstenaars. Dit was schokkend voor Emanuel Querido, aangezien dit ook het einde voor zijn uitgeverij zou kunnen betekenen. Zoals uit de naam af te leiden is, had Emanuel Querido een Joods-Portugese achtergrond. Hij besloot daarom in 1933 een nieuwe uitgeverij op te richten, namelijk Querido Verlag.

Om deze uitgeverij op te richten, had Querido hulp nodig. In 1933 stuurde hij een bericht naar Fritz Landshoff. Fritz Landshoff was een Duitser met een Joodse afkomst. In Duitsland was Landshoff werkzaam als mededirecteur van de uitgeverij Gustav Kiepenheuer. Bij deze uitgeverij was hij een belangrijke kracht omdat hij zorgde voor een grote toename in de oplage en de verkoopresultaten. Sinds zijn komst was de omzet van het bedrijf vertienvoudigd. Dit soort resultaten maakten Fritz Landshoff aantrekkelijk om samen te werken voor Emanuel Querido. De uitgeverij Querido Verlag zou de Duitse afdeling zijn die exil-schrijvers zou uitgeven. Dit zijn schrijvers die in Duitsland vanwege hun achtergrond niet meer konden publiceren en dat daarom in het buitenland deden. Niet alleen het succes van Landshoff was een reden voor Querido om hem aan te nemen, maar ook omdat hij een Joodse Duitser was, was het gunstig om hem bij de oprichting van de uitgeverij te betrekken.

Voor de oprichting van Querido Verlag moest Landshoff 7500 gulden betalen. Ondanks dat Landshoff wist dat hij dat geld niet had, ging hij toch met deze overeenkomst akkoord. Het geld heeft hij geleend bij een oude schoolvriend, die ook vaak de uitgeverij Kiepenheuer had gesteund. Nadat dit gelukt was, was Fritz Landshoff verantwoordelijk voor het vinden van auteurs die wilden publiceren bij de uitgeverij. Landshoff vertrok hiervoor naar Frankrijk en Zwitserland, waar ook een hoop exil-schrijvers verbleven. Hij moest terugkomen met genoeg manuscripten of betrouwbare beloftes om een aanbieding te kunnen voorbereiden. In mei 1933 begon hij met deze zoektocht en hij heeft door half Europa gereisd om de gevluchte schrijvers te vinden. Deze schrijvers verbleven vaak niet lang op dezelfde plek, wat de klus van Landshoff lastiger maakte. Ook was de concurrentie van de uitgeverij een probleem. Allert de Lange begon ook een exil-uitgeverij in Amsterdam. Hij was er, in tegenstelling tot Querido, met tegenzin aan begonnen, maar doordat hij er wel was, leverde het veel verwarring op voor de gevluchte schrijvers. Schrijvers bleven vaak onderhandelen met beide uitgeverijen, omdat ze niet wisten welke uitgeverij het gunstigst was. Hierdoor waren de toezeggingen niet altijd betrouwbaar. Toch kreeg Landshoff het bij bijvoorbeeld Arnold Zweig voor elkaar dat deze schrijver toch uiteindelijk bij Querido publiceerde door een dwingende brief te sturen.

In Berlijn had Landshoff met Klaus Mann, die hij nog kende uit de tijd dat hij bij Kiepenheuer werkte, gesproken over de oprichting van een tijdschrift. Mann stond achter dit plan en daar kwam het tijdschrift Die Sammlung uit. In dit blad werd de politieke voorkeur van de uitgeverij en de schrijvers duidelijk naar voren. Het eerste nummer kwam uit in 1933 en door de medewerking van Klaus Mann, die een uitgebreid netwerk had omdat hij een succesvolle schrijver was, publiceerde in dat nummer al wereldberoemde schrijvers als Heinrich Mann. Hoewel dit tijdschrift niet aan Duitsland werd geleverd, kreeg men er in Duitsland toch lucht van. Hier waren een hoop negatieve reacties, zo werd het ‘het smerigste emigrantenblad van het moment’ genoemd in een brief van Hanss Johst aan Heinrich Himmler. Hierop namen schrijvers als Thomas Mann afstand Die Sammlung, door te zeggen dat ze geen idee hadden van de politieke aard van het blad.

In tegenstelling tot het tijdschrift werden de uitgegeven boeken wel een groot succes. Landshoff had van tevoren tegen Emanuel Querido gezegd dat hij oplagen van ongeveer 3000 kon verwachten van titels van in Duitsland verboden schrijvers. Dit werd uiteindelijk veel meer. Van Der Hass van Heinrich Mann werden al snel 7000 exemplaren verkocht en van Geschwister Oppenheim van Feuchtwangers zelfs 25000 exemplaren. Een nadeel aan deze hoge oplagecijfers was dat Nazi-Duitsland de uitgeverij in de gaten begon te houden. De Duitse boeken die in Nederland werden geproduceerd waren namelijk veel populairder dan de ‘rijksduitse’ boeken, die dus nauwelijks meer werden verkocht. Dit zette de Duitse overheid tot het nemen van maatregelen. Het verlagen van de prijzen van ‘rijksduitse’ boeken haalde niets uit, maar het verkopen van in beslag genomen exil-uitgaven in het buitenland tegen ramsjprijzen zorgde voor concurrentie. Daarnaast leverde ook de verzending problemen op. Bij de eerste zendingen werden pakketten in beslag genomen door de Duitsers, waardoor Querido Verlag voortaan vanuit andere landen boeken moest verzenden. Dit kostte meer tijd en geld en dit had de uitgeverij niet in overvloed.

Ondanks al deze tegenslagen en moeilijkheden zette Emanuel Querido toch door. Uit de publicaties van zijn uitgeverij bleek al dat hij links progressief was en daarnaast was hij Joods. Dit zijn verschillende redenen om tegen het nazisme te zijn. Hij was antifascistisch en vond het daarom belangrijk dat antifascistische literatuur toch uitgegeven werd. Dit zou bijdragen aan de strijd tegen het Duitse regime. De oprichting en de voortzetting van Querido Verlag ging niet makkelijk, maar toch zette Querido door. Het leverde hem niet veel geld op, juist meer kosten, maar wat het Querido wel opleverde, was aanzien. Em. Querido’s Uitgeversmaatschappij was al een succesvol bedrijf, maar door de oprichting van Querido Verlag kreeg hij ook in het buitenland een bijzondere status. Het is wel duidelijk dat Emanuel het deed om zijn passie en politieke visie en niet om het geld.

Toen in 1940 de Duitsers Nederland bezetten, moest Querido zijn positie binnen de uitgeverij opgeven. Fritz Landhoff vertrok naar Londen en later naar New York, waarvandaan hij het bestaan van Querido Verlag kon voortzetten. Emanuel Querido is in 1943 opgepakt en naar Sobibor gebracht, waar hij ook is omgekomen. Van Oorschot werd de directeur van Uitgeverij Querido, welke nog altijd bestaat. Bij Querido Verlag zijn slechts negen boeken uitgegeven.