Geschreven door Pim Waakop Reijers.

Ik werk al zeker twee jaar aan het verhaal van Eugene, een Schots-Ierse jongen in het Londen van de jaren 80. Tot voor kort schreef ik dat verhaal in het Nederlands, de taal waarin ik altijd mijn verhalen en gedichten schreef. Een paar maanden terug stapte ik over op Engels. Ik geef toe, ik twijfel ontzettend vaak of ik ergens at of on moet gebruiken en ik kan niet schrijven zonder dat ik De Dikke Van Dale Online, The Oxford English Dictionary en Thesaurus.com open heb staan in Google Chrome. Het is tenslotte niet mijn moedertaal. En toch schrijft het Engels tien keer fijner dan het Nederlands. Je kunt er langere zinnen mee maken, de Engelsen hebben voor elk woord tien synoniemen en, laten we eerlijk zijn, een Brits personage dat ‘fuck’ schreeuwt in plaats van ‘kut’ wanneer iemand zijn biertje omstoot, komt veel Engelser over.

Het is niet zo dat ik mijn taal aanpas aan het land waarin het verhaal zich afspeelt. Als dat mijn schrijftactiek was geweest, zou ik nooit aan een nieuw verhaal kunnen beginnen zonder eerst een taal te leren. Wat bij mij telt, is dat een verhaal oprecht moet zijn en taal speelt daar zeker een rol in. Niet dat Nederlands onoprecht is, integendeel! De oprechtheid die ik nastreef, komt alleen niet uit taal, maar uit de onderwerpkeuze. De taal is voor mij de microfoon waardoor ik uitdrukking geef aan de onderwerpen die mij lief zijn.

Een paar jaar geleden schreef ik nog over Lodewijk Napoleon, de jongere broer van de wel 1.65 meter (!) lange Napoleon Bonaparte. Omdat hij niet tot het Huis Oranje behoort, wordt hij vaak buiten beschouwing gelaten door historici, terwijl hij een moderne, geëngageerde koning was die ontzettend veel voor Nederland gedaan heeft. Ik wilde hem de aandacht geven die hij verdient, maar niet door de historica uit te gaan hangen, want tja, wie zou dan mijn 500 bladzijden tellende pil op het nachtkastje hebben liggen? Ik wil altijd voor een grote groep schrijven, niet voor zo’n op een voetstuk geplaatst stijve-harken-parade van academici, en fictie biedt de mogelijkheid om droge kost om te zetten in iets wat lekker wegleest. Eerst was het een geromantiseerd verhaal waarin de beste man verliefd wordt op zijn Hollandse assistente, daarna was hij een detective in Parijs die een complot tegen zijn oudere broer op het spoor komt, maar het was altijd in het Nederlands. Logisch, want het is mijn moedertaal en mijn Engels was nog niet zo goed dat ik er aan de lopende band romans mee kon schrijven, maar een andere reden was dat Lodewijk zelf zou hebben gewild dat het in het Nederlands was. Hij probeerde te verhollandsen en leerde zelfs Nederlands om met zijn volk te kunnen communiceren (de Oranjes spraken in die tijd Frans, zoals alle vorsten). Een Nederlands verhaal over mijn grote held was niet alleen noodzaak, het voelde ook alsof zijn gedachtegoed beter tot uiting kwam in die taal. Het was oprechter.

Inmiddels zijn we een paar jaar verder. Ik heb de hoop opgegeven om Lodewijk weer in de fictionele spotlights te krijgen en heb me op de Jaren 80, genderbenders en moderne kunst en literatuur gestort. Ik raakte in de ban van Boy George en The Catcher in the Rye en daar kwam een nieuw karakter uit voort dat ik de wereld in wilde helpen: Eugene. Ik begon in het Nederlands, gewoon omdat het de taal was die mij het sterkste lag. Maanden later (en duizend herzieningen verder) drong het tot me door dat Eugene, en met hem alle verwijzingen naar popmuziek en jaren-tachtig-cultuur, niet overtuigend overkwamen in het Nederlands. Ik kon me voorstellen dat Nederlandse lezers de zin “Voor ons is het gewoon nog een dag in het paradijs” niet op zouden vatten als een referentie aan Another Day in Paradise van Phil Collins. Zodoende begon ik maar opnieuw, voor de zoveelste keer. Het valt niet mee. Zoals ik eerder al zei, struikel ik over elk grammaticaal kiezeltje en dank ik de Voorzienigheid voor het bestaan van Thesaurus.com. Maar ik heb geen spijt! Ik heb nog nooit zoveel nieuwe woorden geleerd, ik maak de ene alliteratie na de ander, de metaforen spatten van het papier (eh, scherm) en, uiteraard, komen Eugene en zijn omgeving over als Engels en niet als een Disneyfilm waarin de figuren Nederlands praten, maar alle reclameborden en (plaats)namen Engels zijn.

Nog even voor alle duidelijkheid: ik schrijf vanuit mijn hart. Om mijn creatieve geesteskindjes en fictionele werkelijkheden goed uit de verf te laten komen, moet ik de juiste taal gebruiken om dat alles tot uiting te laten komen. De Lodewijk uit mijn fantasie was oprecht in de taal die de echte Lodewijk het meest lief was, Eugene en zijn vrienden zijn oprecht in de taal van de mensen op wie ze gebaseerd zijn. Heb ik het Nederlands dan helemaal verruild voor het Engels en is Lodewijk in de vergetelheid geraakt? Welnee: in het Londen van 1980 woont een klassiek muzikant, afkomstig uit Corsica, geobsedeerd door alles wat Nederlands is en zijn naam is Louis Malaparte.