Geschreven door Tessa van Schijndel en Melanie Groot.

Iedereen heeft weleens iets van William Shakespeare gelezen of gezien, zijn naam is zowel universeel als diep gerespecteerd, zijn werk is zowel bij de elite als bij de massa geliefd. Of het nu het over bekende Romeo and Juliet is, de lange reeks aan adaptaties voor zowel toneel als bioscoop of bijvoorbeeld de film 10 Things I Hate About You (gebaseerd op The Taming of the Shrew): het is onmogelijk om niet te erkennen hoe de teksten die het publiek honderden jaren geleden grepen nog altijd invloed hebben op de huidige cultuur. Onderzoekers lijken er echter niet achter te kunnen komen, wie William Shakespeare zelf was.

Boekenliefhebber Washington Irving ging rond de achttiende eeuw op zoek naar de stoffelijke, maar ook naar de tekstuele resten van Shakespeare. Hij “returned from his pilgrimage empty-handed, having recovered ‘no coffin, no bones, nothing but dust’” (Lehmann, 125). Is Shakespeare dan slechts een illusie? Kunnen we net zo goed Anoniem boven zijn werken plaatsen, of simpelweg aangeven dat de toneelstukken mogelijk van dezelfde persoon zijn? Is er ook maar iets om zeker van te zijn in ons idee van Shakespeare, de man?

Het zou te gehaast zijn om te concluderen dat er geen Shakespeare is geweest. Er zijn portretten gemaakt van de man, er is correspondentie, en natuurlijk de sonnetten die gepubliceerd zijn na zijn dood. Het portret is echter gemaakt na zijn dood, er is maar een brief die aan een Shakespeare van Stratford is gericht, en de sonnetten bevestigen (ondanks hun stilistische en thematische overeenkomsten) niet per se Shakespeare als de auteur van de toneelstukken.

Shakespeares Publicatiegeschiedenis
Het is waar dat Shakespeare in verschillende verzamelwerken aangewezen wordt als de schrijver van de toneelstukken, maar het is in deze verzamelwerken dat er nu juist de meeste problemen zijn te vinden met William Shakespeare van Stratford als de originele auteur. Er zijn drie belangrijke bronteksten voor de meeste werken van Shakespeare, twee verzamelwerken gevouwen in kwartoformaat, en een in folioformaat, waarvan de laatste het meest compleet is van al zijn werken. In het folio wordt aangegeven dat het de werken van Shakespeare bevat, door twee mannen die claimen dat ze vrienden van Shakespeare zelf zijn, en dat het portret dat ze hebben bijgevoegd erg op hem lijkt.

De kous zou daarmee af zijn, als dit folio niet heel veel toneelstukken bevat die nooit eerder gepubliceerd zijn (en waar we dus alleen de woorden van John Heminge en Henry Condell kunnen geloven), en de toneelstukken die het wel bevat, zitten vol met verschillen met de kwartowerken. Het is belangrijk om te begrijpen hoe deze verschillen zijn ontstaan, om hierdoor ook inzicht te krijgen waarom de man Shakespeare zo’n mysterie is voor de generaties na hem.
Shakespeare schreef voor de tijd van de Verlichting en de focus op het individu die toen ontstond. In het Elizabethaans Engeland waar Shakespeare in woonde lag de focus daarom helemaal niet op Shakespeare als publicerend genie, maar eerder op het toneelgezelschap waarvan hij lid was. Eerst waren dat de Chamberlain’s Men, en later de King’s Men. Het toneelstuk van Hamlet werd bijvoorbeeld ook beschreven in een register uit 1602 als ‘A booke called the Revenge of Hamlett Prince Denmarke as yt was latelie Acted by the Lo: Chamberlyn his servantes’, de naam William Shakespeare wordt niet genoemd.

De eerste publicatie van Hamlet heeft wel Shakespeares naam in de titel, en zou hem dus de eer die hij verdiend geven, als er niet een grote hoeveelheid fouten in deze eerste editie zaten. Door academici wordt dit kwarto ook wel het ‘slechte’ kwarto genoemd. Naar alle waarschijnlijkheid is dit kwarto zonder toestemming van Shakespeare of zijn toneelgezelschap gepubliceerd, aan de hand van wat een van de originele acteurs zich wist te herinneren van het stuk. Er zitten gaten in het verhaal, en ook vele rare zinnen en frasen. Daarnaast hebben sommige personages andere namen dan ze in latere versies doen.

Het is aantrekkelijk om dit kwarto te vergeten en slechts aandacht te besteden aan het tweede kwarto en het folio, als het bestaan van deze verschillende versies niet belangrijke vragen oproept over toneelschrijvers en hun auteurschap. Omdat het slechte kwarto waarschijnlijk van een acteur zelf komt, kunnen we ons afvragen wat hij zich herinnert dat later veranderd is. Omdat er verschillende versies zijn, met hun eigen unieke zinnen en fouten, kunnen we ons afvragen hoeveel van deze teksten gebaseerd is op een origineel manuscript, en of dit manuscript wel de meest authentieke versie is als het toneelstuk in andere vorm is uitgevoerd. Wie is de auteur nog als er zoveel verschillende personen invloed hebben op de tekst? Het is duidelijk dat het mysterie rond Shakespeare over meer gaat dan alleen zijn gebrek aan stoffelijke resten.

Shakespeare Nu
Het debat over het auteurschap van Shakespeare is nog altijd in volle gang. Websites als “Doubt about Will” en “Shakespeare Authorship” gaan het gevecht aan en laten via complottheorieën zien wie Shakespeares zogenaamde ‘ghost-writer’ zou kunnen zijn. Een complottheorie stelt dat Christopher Marlowe zijn dood in scene heeft gezet, waarna hij onder de naam Shakespeare poëzie en toneelstukken publiceerde (bardweb.net). Anderen denken dat Shakespeare echt heeft bestaan door middel van de kennis van experts. Alle claims, die worden gemaakt, lijken echter meer speculatie, niemand lijkt hun theorieën hard te kunnen maken. Sommigen suggesties kunnen alleen onderuit gehaald worden als de stoffelijke resten van Shakespeare worden gevonden, maar het ziet ernaar uit dat dit niet gaat gebeuren. Er is al vaker zonder succes gezocht naar zijn lichaam. Bovendien zullen de meest hardnekkige theorieën niet worden opgelost door het vinden van een stapel botten.

De grote vraag is nu: wat wordt ermee gewonnen wanneer blijkt dat Shakespeare niet de werkelijke auteur is van al zijn werken? De teksten zullen geen aanzien verliezen, hun inhoud zal ook niet veranderen. Het heeft te maken met onze culturele drang naar de figuur van het genie. Wanneer we lezen, vallen we niet alleen voor de tekst maar ook voor degene die het werk heeft geproduceerd. Als je je kunt identificeren met de hoofdpersoon of met een van de andere personages heb je het gevoel dat je wordt begrepen, niet alleen door de personages, maar ook door de auteur. Terwijl we lezen zijn we er ons nog altijd van bewust dat de personages fictief zijn. De auteur is echter een bestaand persoon, en dus hebben we het idee dat hij of zij ons begrijpt.
Hier komen echter moeilijkheden uit voort. De auteur is namelijk, zoals Roland Barthes zou zeggen, dood, en in het geval van Shakespeare geldt dit zowel letterlijk als figuurlijk. Door het verheffen van de figuur van de auteur leggen we de tekst aan banden. Door te zeggen wat Shakespeare wel of niet heeft bedoeld met zijn tekst sluiten we noodgedwongen interessante en waardevolle interpretaties uit. Het is fijn om te denken dat Shakespeare ons zou begrijpen en het is fijn om iemand te kunnen bewonderen. Om deze reden is Shakespeare binnen onze cultuur tot een literaire god gemaakt, met alle gevolgen van dien.

Tot Slot
Deze literaire god is echter nog mysterieuzer dan andere grootheden als Jane Austen en Tolstoj, Shakespeare heeft misschien niet bestaan en hij is misschien niet de enige autoriteit die van belang is in het samenstellen van zijn toneelstukken. Als gevolg hiervan is hij zowel instabieler als interessanter. Afgelopen mei werd door de Royal Shakespeare Company zijn sterfdag nog groots gevierd. Zij geloven overduidelijk in het bestaan van Shakespeare en in zijn belang van de literaire geschiedenis. Zoals al eerder gezegd is Shakespeare nog altijd overal, of hij nou op televisie als personage afgebeeld wordt, of op alle souvenirs die in zijn Globe Theatre te koop zijn. Of hij nou geleefd heeft of niet.