Geschreven door Pavlína Riedlová.

Max Schuchart, Wiebe Buddingh’ en Rien Verhoef behoren tot de mensen die niet echt bekend zijn. Het is nogal opmerkelijk want de vruchten van hun werk kent bijna iedereen. In de Ban van de Ring, Harry Potter en Lolita behoren tot de boeken die dankzij het werk van veel vertalers wereldberoemd zijn.

Het vertalen van boeken behoort tot de creatieve banen die niet altijd de waardering krijgen die ze verdienen. Geen naam op de omslag en een salaris zo laag dat de subsidies van het Nederlands Letterfonds onmisbaar zijn. Bovendien bestaan er mensen die de moeilijkheid van vertalen niet zien.

“Je neemt gewoon een woordenboek en je gaat woord voor woord vertalen,” zeggen ze zonder enige kennis van dit vak. Woord voor woord vertalen werkt echter niet. Vooral omdat taal geen ideaal systeem is waarin voor elk woord een precies equivalent in de andere taal bestaat. Vaker stuit men op woorden die in de doeltaal min of meer synoniemen zijn en niet zelden komen vertalers tot de conclusie dat er geen gebruikelijk equivalent is voor het woord dat ze zoeken. Dit is het werk van de vertaler. Een gangbare mogelijkheid vinden, meestal in situaties waarin geen beste of goede oplossing bestaat.

Tot de situaties zonder goede oplossing behoren onder andere woorden die met de cultuur verbonden zijn. Denk bijvoorbeeld aan een meisje dat bij het ontbijt een boterham met hagelslag eet. Er zijn meer landen waarin mensen over het product dat hagelslag genoemd wordt nooit hebben gehoord dan landen waarin mensen het als een gewoon ontbijt beschouwen. De vertaler moet dus een goede strategie kiezen. Zou hij het woord gewoon lenen, misschien in combinatie met een voetnoot? Lucebert liet immers zien dat een voetnoot ook in een gedicht mag staan. Of liever een omschrijving in de doeltaal bedenken? “Ze eet brood met boter en stukjes chocola.” Weergeeft deze zin het begrip hagelslag goed? En is het broodbeleg eigenlijk zo onmisbaar? Het zou toch geen kwaad kunnen om te zeggen dat het meisje een boterham Nutella ontbijt? Het enige echte antwoord bestaat niet. Het hangt teveel van een concrete tekst af.

Deze problemen met woordenschat zijn nog maar een klein deel van de problematiek van de literaire vertaling. Het origineel heeft een bepaalde kunstige waarde die ook in de vertaalde versie behouden moet blijven. Wanneer de personages een vaktaal gebruiken, is het van belang dat er iets gelijksoortigs in de doeltaal gevonden wordt. Als het niet over een jargon, maar over een plaatselijk dialect gaat, moet je oppassen. In een boekje dat zich in Zeeland afspeelt en waarin de personages Zeeuws praten, behoort het gebruik van één van eigen plaatselijke dialecten, bijvoorbeeld Californisch-Engels, tot de slechte oplossing. “Waarom praten mensen in Zeeland zoals wij?” kan een Californische lezer zich afvragen. Daarnaast kan iemand, die geen nadere kennis van het boek heeft, denken dat boek zich in Californië afspeelt.  Een ander problematisch punt is het werken met stijlfiguren, bij alliteratie bijvoorbeeld, is het gebruikelijk om in de vertaling een soortgelijke zin te zetten. Op deze manier gaat de functie van de alliteratie in de originele tekst niet verloren. Gebruikt de auteur lange samengestelde zinnen, dan moet de vertaler beslissen of een aspect van de tekst onder de schrijfstijl van de auteur valt, of dat het een onderdeel is van de grammatica van de taal. Vervolgens moet de vertaler bij zijn keuze blijven. Dit alles eist van de vertaler meer dan alleen kennis van woorden of een goed woordenboek. Hij moet de brontaal goed beheersen en bovendien een perfect taalgevoel in zijn moedertaal hebben. Als hij deze eigenschappen niet bezit, kan de lezer tijdens het lezen zinnen tegen komen als: “Tegen dat meisje iets over het gezonde ontbijt vertellen is zoals erwten op de muur gooien.” Dit is een direct gevolg van woord voor woord vertalen. In goed Nederlands zou het “roepen in de woestijn” zijn.

Een vertaler kan voldoende fouten maken en voor deze de wind van voren van bijvoorbeeld critici krijgen. Iets waar de vertaler niet over mag te beslissen is de titel van het boek. De titel is belangrijk voor de verkoop en de uitgeverij besteed er veel aandacht aan. De vertaler heeft dus uiteindelijk weinig te maken met de titel van het boek. Wanneer voor de promotie van het boek titels als My father’s war, In Lucia’s eyes, The Storm en In Byrons footsteps beter is, hebben de letterlijke vertalingen van de originele titels Indische duinen, Een schitterend gebrek, De verdronkene en Een varken in het paleis pech.”

Als het voor promotie beter zou zijn de titels als My father’s war, In Lucia’s eyes, The storm of In Byrons footsteps gebruiken, heeft de letterlijke vertaling van Indische duinen, Een schitterend gebrek, De verdronkene en Een varken in het paleis pech.

Woord voor woord vertalen is een utopische voorstelling van het werk van literaire vertalers. Hun werk is veelzijdig en put constant uit hun kennis en ervaring. Hoewel de moderne tijd veel goede hulpmiddelen aan de vertalers biedt zodat ze hun werk beter kunnen doen, brengt dit ook een gevaar met zich mee: vertaalprogramma’s. Maar zoals de vertalers zelf zeggen: “Ook een stomdronken vertaler kan ons werk beter doen dan een computer.”